ECLI:NL:GHAMS:2010:BL1887
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over persoonsgebonden aftrek voor implantaatbrug als hulpmiddel
Belanghebbende had in haar belastingaangifte een bedrag aan persoonsgebonden aftrek opgevoerd voor uitgaven in verband met een implantaatbrug (Branemarkbrug) die zij vanwege een gebitsaandoening had laten plaatsen. De inspecteur had dit bedrag lager vastgesteld en bepaalde dat de brug geen zelfstandig hulpmiddel was, waardoor een deel van de aftrek niet werd erkend.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard maar geen beslissing gegeven over de hoogte van de persoonsgebonden aftrek, waardoor het vonnis niet in stand kon blijven. Het Hof stelde vast dat de brug wel degelijk als hulpmiddel in de zin van artikel 6.17 Wet IB 2001 moet worden aangemerkt, ook al verliest de brug na plaatsing zijn zelfstandigheid.
Het Hof oordeelde dat de brug belanghebbende in staat stelt elementaire lichaamsfuncties zoals bijten en kauwen uit te voeren, wat voldoende is voor het aanmerken als hulpmiddel. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd vastgesteld. Het beroep werd gegrond verklaard en het bedrag van de persoonsgebonden aftrek werd vastgesteld op € 992.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep gegrond en stelt de persoonsgebonden aftrek vast op € 992, waarbij de implantaatbrug als hulpmiddel wordt erkend.