ECLI:NL:GHAMS:2010:BL1523
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt dat WGA-premie op nettoloon wordt verhaald en niet op brutoloon
Belanghebbende was het oneens met de inhouding van loonbelasting/premie volksverzekeringen (lb/pvv) over zijn loon, waarbij de werkgever de helft van de WGA-premie op hem verhaalde. De kern van het geschil was of deze verhaalde premie in mindering moest komen op het brutoloon of het nettoloon. De rechtbank had eerder de stelling van belanghebbende gevolgd dat de premie op het brutoloon moest worden verrekend.
Het Hof heeft de wetsgeschiedenis en parlementaire behandeling van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) en de Wet op de loonbelasting 1964 uitgebreid bestudeerd. Uit deze bronnen blijkt dat de wetgever de verhaalde WGA-premie als een werkgeverspremie beschouwt die maximaal voor de helft op het nettoloon mag worden verhaald, en dat dit niet leidt tot aftrek op het brutoloon of tot negatief loon.
De fiscale behandeling is verder ondersteund door de toelichting op de Regeling Wfsv en de Nieuwsbrief loonheffingen 2007, waarin expliciet wordt gesteld dat de premie op het nettoloon wordt ingehouden. Het amendement van Kamerlid Crone om het verhaal op het brutoloon toe te staan, werd niet aangenomen vanwege budgettaire en uitvoerbaarheidsoverwegingen.
Het Hof concludeert dat de stelling van belanghebbende niet kan worden gevolgd, dat er geen sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel, en dat de verhaalde premie niet leidt tot dubbele heffing. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De verhaalde WGA-premie wordt in mindering gebracht op het nettoloon en niet op het brutoloon; het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.