ECLI:NL:GHAMS:2009:BL6878
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- R. Prakke-Niewenhuizen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing medehuurderschap woning ondanks verweer VVAA op grond van redelijkheid en billijkheid
Het geschil betreft de vraag of appellant sub 2 medehuurder kan worden van een woning die sinds 1940 in eigendom is van VVAA en sinds 1951 wordt bewoond door de familie van appellant sub 2. De oorspronkelijke huurovereenkomst werd gesloten met de ouders van appellant sub 2, waarbij een lage huurprijs werd afgesproken ter compensatie van het ontbreken van pensioenvoorzieningen.
Appellanten vorderden dat appellant sub 2 medehuurder wordt, maar VVAA verzette zich met meerdere gronden, waaronder het ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en strijd met redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter wees de vordering af op grond van strijd met redelijkheid en billijkheid.
Het hof oordeelt dat artikel 7:267 BW Pro dwingend recht is en dat de afwijzingsgronden limitatief zijn. Het hof stelt vast dat er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en dat geen sprake is van misbruik van recht. Het verweer van VVAA dat toewijzing de redelijkheid en billijkheid zou schenden, wordt verworpen.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis en bepaalt dat appellant sub 2 met ingang van het arrest medehuurder wordt van de woning. VVAA wordt veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Appellant sub 2 wordt medehuurder van de woning, het bestreden vonnis wordt vernietigd.