ECLI:NL:GHAMS:2009:BL5675
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Goedkeuring afwijkende bedingen in onderhuurovereenkomst bedrijfsruimte
Deze zaak betreft het hoger beroep van Heineken Nederland B.V. tegen de afwijzing door de kantonrechter van het verzoek tot goedkeuring van afwijkende bedingen in een onderhuurovereenkomst met een vennootschap onder firma. De onderhuurovereenkomst betreft een bedrijfsruimte die uitsluitend als cafébedrijf mag worden gebruikt.
Het geschil draait om de vraag of de afwijkende bedingen, die onder meer zien op de duur van de overeenkomst en de synchronisatie van huurprijswijzigingen met de hoofdhuurovereenkomst, de rechten van de huurder wezenlijk aantasten en of de maatschappelijke positie van de huurder zodanig is dat hij de wettelijke bescherming niet behoeft. Het hof overweegt dat de wettelijke maatstaf cumulatief moet worden toegepast en dat de rechter alle feiten en omstandigheden moet meewegen, waaronder de positie van partijen en de aard van de afwijkingen.
Het hof stelt vast dat de onderhuurder op de hoogte is van de looptijd van de hoofdhuurovereenkomst en dat er een goede relatie bestaat tussen partijen. De afwijkingen in de huurprijswijzigingen worden niet als wezenlijke aantasting van de huurdersrechten gezien omdat rechterlijke bescherming blijft bestaan. De kantonrechter heeft ten onrechte het verzoek afgewezen. Het hof vernietigt de beschikking van de kantonrechter en keurt de bedingen goed, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof keurt de afwijkende bedingen in de onderhuurovereenkomst goed en vernietigt de beschikking van de kantonrechter.