ECLI:NL:GHAMS:2009:BK8818
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep opheffing loonbeslag na beëindiging alimentatieverplichting wegens niet-wettiging kind
Partijen, een Italiaanse man en een Nederlandse vrouw, zijn kort gehuwd en hebben een kind dat niet door de vader is erkend. Noch het Nederlandse, noch het Italiaanse recht kent hierdoor wettiging van het kind door het huwelijk. De voorzieningenrechter had aangenomen dat het kind volgens Italiaans recht door het huwelijk was gewettigd, maar het hof volgt het advies van het T.M.C. Asser Instituut dat wettiging door huwelijk in Italië alleen plaatsvindt indien het kind vóór het huwelijk is erkend.
De vrouw had loonbeslag gelegd op grond van een beschikking tot levensonderhoud, maar het hof oordeelt dat de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw is geëindigd na de wettelijke termijn die gelijk is aan de duur van het huwelijk, omdat het kind niet gewettigd is. Het beslag moet daarom worden opgeheven.
Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover de vordering tot opheffing van het beslag werd afgewezen en veroordeelt de vrouw om binnen zeven dagen het beslag op te heffen, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen voormalig echtgenoten zijn.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot opheffing van het loonbeslag toe omdat het kind niet is gewettigd en de alimentatieverplichting is geëindigd.