ECLI:NL:GHAMS:2009:BK8794
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zelfstandigenaftrek en navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende, die samen met haar echtgenoot een garagebedrijf voerde in de vorm van een vennootschap onder firma, maakte in haar belastingaangiften aanspraak op de zelfstandigenaftrek. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op over de jaren 2001 tot en met 2004, waarbij de zelfstandigenaftrek werd gecorrigeerd na een boekenonderzoek gericht op deze aftrekpost.
De rechtbank had de beroepen van belanghebbende tegen deze navorderingsaanslagen gegrond verklaard en de aanslagen vernietigd. De inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof oordeelde dat de inspecteur niet verplicht was nader onderzoek te verrichten voorafgaand aan de aanslagregeling, ondanks de omstandigheden zoals de leeftijd van belanghebbende en het gewijzigde regime voor de zelfstandigenaftrek per 1 januari 2001.
Het hof stelde vast dat het boekenonderzoek na de definitieve aanslagen een nieuw feit opleverde dat rechtvaardigde dat de inspecteur navorderingsaanslagen oplegde. Omdat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden voor de zelfstandigenaftrek, was het beroep van de inspecteur gegrond. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 2 juli 2009, waarbij de beslissing werd ondertekend door de raadsheren Leijdekker, Haas en Van Amsterdam.
Uitkomst: Het hof verklaart de beroepen van belanghebbende ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslagen.