ECLI:NL:GHAMS:2009:BK8607
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- G.J. Visser
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Geen wijziging erfpachtbeding voor onderhoud gemeenschappelijke tuinen in tuinsteden Amsterdam
In deze zaak vorderen negen woningcorporaties tegen de gemeente Amsterdam de nietigverklaring of wijziging van het tuinbeding in erfpachtakten uit de periode tot 1973, dat hen verplicht tot aanleg en onderhoud van gemeenschappelijke tuinen met openbaar karakter in tuinsteden. De corporaties stellen dat deze verplichting onrechtmatig is en dat zij onverschuldigd hebben betaald.
De Hoge Raad heeft in 2000 geoordeeld dat onderhoudskosten van dergelijke tuinen niet via servicekosten aan huurders mogen worden doorberekend. Sindsdien dragen de corporaties deze kosten zelf. Het hof oordeelt dat het tuinbeding betrekking heeft op privaatrechtelijke gronden en niet op openbare gemeentelijke grond, waardoor de gemeente geen onderhoudstaak heeft.
De corporaties betogen dat het tuinbeding strijdig is met publiekrechtelijke regels en dat de erfpachtakten op grond van onvoorziene omstandigheden gewijzigd moeten worden. Het hof verwerpt deze grieven, wijst het beroep op verjaring af en bevestigt dat de onderhoudsverplichting blijft. De primaire vordering wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de corporaties af en bekrachtigt het vonnis dat het tuinbeding geldig is en de onderhoudskosten voor rekening van de corporaties blijven.