ECLI:NL:GHAMS:2009:BK6993
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.F. Slijpen
- W.M.G. Visser
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na toetsing beginselen behoorlijk bestuur en gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat de inhoudsbepaling onduidelijk en wisselend was, en dat vergelijkbare woningen lager waren gewaardeerd. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het Hof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Het Hof overwoog dat de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk had gemaakt aan de hand van een uniform toegepaste vergelijkingsmethode met referentieobjecten die qua bouwjaar, grootte en onderhoud vergelijkbaar waren. De inhoud van het object werd volgens een vaste norm (buitenmaten) berekend, en eventuele afwijkingen in inhoudsbepaling deden niet af aan de waarde in het economische verkeer.
Belanghebbendes beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan om de waarde lager vast te stellen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat er geen meerderheid was van vergelijkbare objecten die te laag waren gewaardeerd, en de enkele gevallen van lagere waardering werden toegeschreven aan incidentele taxatiefouten.
Het motiveringsbeginsel werd erkend, maar het Hof oordeelde dat schending daarvan niet tot verlaging van de waarde kan leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €367.500 bevestigd.