ECLI:NL:GHAMS:2009:BK5095
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming stukken vanwege bescherming persoonlijke levenssfeer in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak ging het om het geschil over de kennisneming van stukken die door de inspecteur deels waren geschoond, waarbij adressen en telefoonnummers waren weggelaten. De inspecteur beriep zich op artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om deze gegevens niet openbaar te maken.
De gemachtigde van belanghebbende verzette zich tegen het weglaten van deze gegevens, maar stemde ermee in dat de getuigen via het gerechtshof worden opgeroepen. Het hof overwoog dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een zwaarwegende reden is die een beperking van kennisneming kan rechtvaardigen. Het belang van belanghebbende bij volledige kennisneming werd afgewogen tegen het belang van bescherming van betrokkenen.
Het hof stelde vast dat het belang van bescherming van persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij het verkrijgen van de adressen en telefoonnummers. De zaak werd verwezen naar de vierde meervoudige belastingkamer voor verdere behandeling, waarbij de mogelijkheid bestaat om getuigen domicilie te laten kiezen op het adres van het hof. Tegen deze tussenuitspraak kan alleen beroep in cassatie worden ingesteld samen met het hoofdgeding.
Uitkomst: De beperking van kennisneming van adressen en telefoonnummers in stukken is gerechtvaardigd ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.