ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3931
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- F.A.A. Duynstee
- C.P. Boodt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid BFT in klachten tegen oud-notaris en kandidaat-notaris wegens onbevoegdheid onderzoek
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) stelde klachten in tegen een oud-notaris en een kandidaat-notaris wegens vermeende schendingen van diverse wetten waaronder de Wet arbeid vreemdelingen, Wet inkomstenbelasting 2001, Wet op de omzetbelasting 1968 en het Wetboek van Strafrecht. Het BFT voerde een onderzoek uit naar de arbeidsrelatie tussen de kandidaat-notaris en het notariskantoor over de jaren 2002 en 2003, waarbij onder meer werd vastgesteld dat de kandidaat-notaris arbeid verrichtte zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning.
De kamer van toezicht legde berispingen op aan beide geïntimeerden wegens schending van de tuchtnorm zoals neergelegd in artikel 98 lid 1 Wna Pro. Het hof oordeelt echter dat het BFT niet bevoegd was om het onderzoek te verrichten dat ten grondslag lag aan de klachten, omdat het toezicht van het BFT zich beperkt tot de naleving van specifieke bepalingen van de Wet op het notarisambt (Wna) en niet strekt tot het onderzoeken van arbeidsrelaties of strafrechtelijke overtredingen.
Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kamer van toezicht en verklaart het BFT niet-ontvankelijk in zijn klachten tegen de oud-notaris en de kandidaat-notaris. De maatregel van berisping blijft echter gehandhaafd door de kamer van toezicht. De uitspraak benadrukt de beperkte reikwijdte van het toezicht van het BFT en het belang van de juiste bevoegdheidsafbakening bij tuchtrechtelijke onderzoeken.
Uitkomst: Het hof verklaart het BFT niet-ontvankelijk in zijn klachten tegen de oud-notaris en kandidaat-notaris wegens gebrek aan bevoegdheid tot het instellen van het onderzoek.