ECLI:NL:GHAMS:2009:BK1326
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tuchtrechtelijke klacht over incassowerkzaamheden gerechtsdeurwaarders
Klaagsters, twee stichtingen, dienden een klacht in tegen twee gerechtsdeurwaarders over vermeende onrechtmatigheden bij incassowerkzaamheden, waaronder het opmaken van exploten met onwaarheden, executiemaatregelen zonder geldige titel, en buitengerechtelijke incassokosten.
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders had eerder een klacht van de wederpartij van klaagsters gegrond verklaard en een berisping opgelegd, maar stelde dat klaagsters niet tijdig waren geïnformeerd over deze klachtprocedure. Klaagsters gingen in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof bevestigde dat klaagsters niet ontvankelijk zijn in klachten die reeds in eerdere procedures waren beoordeeld zonder nieuw aspect. Wel werd geoordeeld dat klaagsters terecht niet tijdig waren geïnformeerd over de eerdere klacht en dat dit gegrond is. De overige klachten werden afgewezen, waarbij het hof oordeelde dat de incassokosten niet buitensporig waren en dat geen tuchtrechtelijk verwijt kon worden gemaakt.
Het hof besloot geen maatregel op te leggen ondanks het gegronde deel van de klacht. Klaagsters werden niet ontvankelijk verklaard in nieuwe klachten die zij pas in hoger beroep naar voren brachten. De procedure benadrukte het belang van tijdige communicatie en het onderscheid tussen civiele en tuchtrechtelijke procedures.
Uitkomst: Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard wegens onvoldoende tijdige informatie aan klaagsters, overige klachten afgewezen, geen maatregel opgelegd.