ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9560
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkapte winstuitdeling door onzakelijke rente bij geldlening aan aandeelhouder
X BV heeft in 2002 een geldlening verstrekt aan haar directeur en enig aandeelhouder Y door bedragen op diens internetspaarrekening te storten. De rentevergoeding die Y aan X BV betaalde was lager dan de rente die Y zelf ontving op die rekening. De inspecteur stelde dat dit verschil een verkapte winstuitdeling betrof en legde naheffingsaanslag dividendbelasting en een vergrijpboete op.
De rechtbank verklaarde het beroep van X BV ongegrond en het Hof bevestigt dit oordeel. Het Hof stelt vast dat de rentevergoeding van 3,35% onzakelijk laag was vergeleken met het CBS-rendement van 4,66% en de rente die Y op de spaarrekening ontving (circa 4,1%). Er waren geen schriftelijke afspraken over rente, looptijd of zekerheden, en X BV had de mogelijkheid om de gelden elders tegen een hoger rendement te beleggen.
Het Hof verwierp het standpunt van X BV dat het voordeel aan Y loon uit dienstbetrekking was, omdat de werkzaamheden van Y van geringe omvang waren en het loon van € 9.529 passend werd geacht. Het voordeel van € 24.977 werd daarom als verkapte dividenduitkering aangemerkt. De vergrijpboete van 50% werd eveneens bevestigd omdat X BV willens en wetens de reële kans aanvaardde dat te weinig belasting werd betaald.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag dividendbelasting en de vergrijpboete wegens verkapte winstuitdeling door onzakelijke rentevergoeding.