ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ8880
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek buitengewone uitgaven voor kleding en chronische ziekte bij kinderen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2004 vanwege niet toegestane aftrek van buitengewone uitgaven, waaronder extra kosten voor kleding en beddengoed voor zijn kinderen met eczeem en een forfaitaire aftrek wegens chronische ziekte.
De rechtbank had de aanslag verminderd, maar de inspecteur stelde incidenteel hoger beroep in tegen een deel van die beslissing. Het Hof onderzocht de bewijsstukken, waaronder medische verklaringen, apotheekafleverhistorie en verklaringen van de partner van belanghebbende.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de kinderen eczeem hebben en dat dit leidt tot extra kosten voor kleding en beddengoed, waardoor aftrek ingevolge artikel 6.17 Wet IB 2001 terecht werd toegekend. De inspecteur stelde echter terecht dat aftrek op grond van artikel 6.22 Wet IB 2001 (forfaitaire aftrek chronische ziekte per kind) niet automatisch volgt en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat per kind meer dan € 307 aan uitgaven was gedaan.
De aanslag werd daarom verminderd tot een belastbaar inkomen van € 26.406. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Aanslag inkomstenbelasting 2004 verminderd tot belastbaar inkomen van € 26.406 met toekenning van aftrek voor extra kosten kleding en beddengoed, maar afwijzing van aftrek wegens chronische ziekte.