ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ8834
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake goodwill en loonkosten bij overdracht onderneming in vennootschapsbelasting 2003
Belanghebbende bracht haar onderneming per 1 januari 2003 in een dochtervennootschap in tegen boekwaarden zonder vergoeding voor goodwill. De inspecteur stelde dat de aanslag vennootschapsbelasting te laag was omdat geen vergoeding voor goodwill was bedongen en dat loonkosten van de bestuurder als uitdeling moesten worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof oordeelde dat belanghebbende overtuigend had aangetoond dat er geen goodwill aanwezig was bij de overdracht. Het Hof verwierp de uitleg van de inspecteur dat bruto-winst gelijk zou zijn aan omzet minus inkoopwaarde en stelde dat de ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst ook op de overdracht van 2003 van toepassing was.
Verder oordeelde het Hof dat de loonkosten van de bestuurder, die werkzaamheden verrichtte voor dochtervennootschappen zonder vergoeding, niet ten laste van belanghebbende mochten worden gebracht. De aanslag werd verminderd tot nihil en het verlies vastgesteld op €10.026. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof stelt het verlies 2003 vast op €10.026 en vernietigt de aanslag en eerdere uitspraken.