ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ6270
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- P.G. Wiewel
- M. Kremer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldigheid kettingbeding en beperking schadevergoeding bij bestemmingswijziging
De zaak betreft een geschil tussen [X] Onroerend Goed B.V. en de gemeente Amsterdam over een kettingbeding dat bepaalt dat voor bestemmingswijzigingen op een perceel toestemming van burgemeester en wethouders vereist is, onder dreiging van een boete.
[X] had het perceel gekocht met het oog op het realiseren van appartementen, maar betaalde de door de gemeente gevorderde vergoeding van fl. 182.484,- niet. De rechtbank had deze vordering toegewezen, maar [X] ging in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat het kettingbeding geldig is en dat de gemeente een redelijk belang heeft bij de handhaving ervan. Het hof verwierp het beroep van [X] op artikel 6:23 BW Pro en stelde vast dat sprake is van wanprestatie door [X]. Echter, de vordering tot schadevergoeding mag niet hoger zijn dan de boete van fl. 50.000,- zoals in het beding is bepaald. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en wijst de vordering van de gemeente toe tot dat bedrag, vermeerderd met wettelijke rente.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt de geldigheid van het kettingbeding en beperkt de schadevergoeding tot de boete van fl. 50.000,- (€ 22.689,-) vermeerderd met wettelijke rente.