ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4783
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.E.F. Hillen
- B.M. Mens
- C.W.P. van Gelder
- Rechtspraak.nl
Machtiging gesloten jeugdzorg vervalt bij niet-tijdige tenuitvoerlegging
Deze zaak betreft het hoger beroep van verzoeker tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging verleende voor plaatsing in gesloten jeugdzorg. Verzoeker verbleef eerder in crisisopvang en logeerde daarna bij een vriend, maar was op de uiterste datum van tenuitvoerlegging nog niet geplaatst in een gesloten accommodatie.
Het hof oordeelt dat een machtiging tot gesloten jeugdzorg vervalt indien deze niet binnen drie maanden wordt uitgevoerd, conform artikel 1:262 lid 3 BW Pro en artikel 29b WJZ. De stichting stelde dat aanmelding bij een instelling al tenuitvoerlegging inhoudt, maar het hof volgt de lijn dat daadwerkelijke plaatsing vereist is.
Hoewel verzoeker ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die een gesloten plaatsing rechtvaardigen, is de machtiging vervallen omdat plaatsing niet tijdig heeft plaatsgevonden. Het hof verklaart verzoeker daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Ter overvloede bevestigt het hof dat de gronden voor gesloten plaatsing aanwezig zijn.
De feiten tonen een lange geschiedenis van hulpverlening zonder voldoende resultaat, mede door het oppositionele gedrag van verzoeker. Het hof acht geen alternatieven voor gesloten plaatsing beschikbaar gezien de ernst van de problematiek en het ontbreken van medewerking van verzoeker.
De beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd en het hoger beroep van verzoeker afgewezen wegens het vervallen van de machtiging.
Uitkomst: De machtiging voor gesloten jeugdzorg is vervallen door het niet tijdig plaatsen van verzoeker, waardoor hij niet-ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep.