ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4347
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- H.C. Frankena
- M.L. van der Bel
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke aansprakelijkheid werkgever na val van werknemer bij schoonmaak insectenval
Appellant was van 1970 tot 1999 in dienst bij geïntimeerde en verrichtte op 31 maart 1998 werkzaamheden waarbij hij van een hoogte van vier meter viel en letsel opliep. Hij vordert aansprakelijkheid van de werkgever op grond van artikel 7:658 BW Pro en subsidiar artikel 7:611 BW Pro en 6:248 BW wegens schending van de zorgplicht.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat niet was gebleken dat de werkgever haar zorgplicht had geschonden. Appellant stelde acht grieven in hoger beroep en wilde de zaak volledig opnieuw laten beoordelen. Het hof stelt vast dat de werkgever aansprakelijk is tenzij zij kan aantonen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
De werkgever stelt dat zij ladders en rubberen matten ter beschikking stelde, instructies gaf en dat de Arbeidsinspectie geen overtredingen constateerde. Appellant betwist dit en voert aan dat de ladders te zwaar waren, het werk alleen veilig met steigers en valbescherming kon worden uitgevoerd en dat de insectenval zwaarder was dan door de werkgever gesteld.
Het hof oordeelt dat de werkgever het bewijs moet leveren over het gewicht en de omvang van de insectenval en dat deskundigen moeten worden benoemd om te beoordelen of het werk veilig met een ladder kon worden uitgevoerd. Het hof wijst de bewijslevering toe en bepaalt nadere procedurele stappen, waaronder getuigenverhoren en comparitie van partijen. Het hoger beroep tegen het eerdere tussenvonnis wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep tegen tussenvonnis niet-ontvankelijk; bewijslevering over gewicht insectenval en veiligheid ladderwerk toegewezen; verdere procedure aangehouden.