ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ3362
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid commanditair vennoot voor belastingschulden CV
In deze zaak stond de vraag centraal of de commanditair vennoot, een B.V., via haar bestuurder beheersdaden namens de commanditaire vennootschap (CV) had verricht, waardoor zij hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de belastingschulden van de CV. De ontvanger van de Belastingdienst had belanghebbenden aansprakelijk gesteld voor niet betaalde belastingen.
Het Hof stelde vast dat de CV op 2 november 2001 was opgericht en dat de onderneming met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2001 door de commanditair vennoot in de CV was ingebracht. De verkoop van de onderneming aan een derde vond plaats op 1 juni 2003, terwijl de CV formeel pas op die datum was ontbonden. De bestuurder van de commanditair vennoot had namens de CV de onderhandelingen gevoerd en de verkoop geregeld, wat beheersdaden zijn in de zin van het Wetboek van Koophandel.
Belanghebbenden konden niet aannemelijk maken dat zij zich van aansprakelijkheid konden vrijwaren. Zij hadden onvoldoende bewijs geleverd dat het niet betalen van de belastingen niet aan hen te wijten was. Ook de stelling dat de schuldsanering van een van de vennoten aansprakelijkheid zou uitsluiten, werd verworpen. Het Hof bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de hoofdelijk aansprakelijkheid van de commanditair vennoot en haar bestuurder voor de belastingschulden van de CV wordt bevestigd.