ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1924
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat verlies uit onderneming niet aftrekbaar is wegens ontbreken onderneming in 2002
Belanghebbende, een vrij gevestigd architect, bracht in 2001 een pand met hypotheek in zijn onderneming in. Vanaf 2002 tot en met 2004 werd geen omzet behaald en ontstond een verlies uit onderneming. De inspecteur stelde dat vanaf 1 januari 2002 geen sprake meer was van het drijven van een onderneming en kwalificeerde het pand en de hypotheek als privévermogen in box 3.
Belanghebbende voerde aan dat hij ondanks zijn wethouderschap in deeltijd en tijdelijke stopzetting van activiteiten, bleef deelnemen aan het maatschappelijk verkeer met het oog op geldelijk voordeel. Hij stelde ook dat er sprake kon zijn van een negatieve stille reserve op het pand en dat hij erop mocht vertrouwen als ondernemer te worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de resultaten van de voorgaande jaren en het ontbreken van omzet vanaf 2002 tot 2004 het oordeel rechtvaardigen dat redelijkerwijs geen geldelijk voordeel kon worden verwacht. De stelling van een negatieve stille reserve werd niet aannemelijk gemaakt en er was geen sprake van een in rechte te beschermen vertrouwen. De rechtbankuitspraken werden bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende in 2002 geen onderneming dreef en het verlies uit onderneming niet aftrekbaar is.