ECLI:NL:GHAMS:2009:BI2083
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bockwinkel
- R.J.Q. Klomp
- C.T. Barbas
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid ex-echtgenote voor helft van kredietschulden in gemeenschap van goederen
De zaak betreft een hoger beroep van [appellante] tegen een vonnis waarin zij hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor een deel van een kredietschuld die haar ex-echtgenoot [Y] was aangegaan tijdens hun huwelijk in gemeenschap van goederen. [Appellante] stelde dat zij geen partij was bij de kredietovereenkomst, dat haar handtekening was vervalst en dat de schuld aan [Y] verknocht was, mede vanwege zijn gokverslaving.
De rechtbank had haar deels in het gelijk gesteld door het verstekvonnis te vernietigen voor zover het haar hoofdelijk aansprakelijk stelde, maar haar wel voor de helft aansprakelijk gehouden op grond van het huwelijksvermogensrecht. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat onvoldoende was gebleken dat de schuld aan [Y] verknocht was, zodat de schuld in de gemeenschap viel.
Het hof overwoog dat het feit dat [appellante] niet op de hoogte was van de kredietovereenkomst en deze niet had ondertekend onvoldoende was om de schuld buiten de gemeenschap te houden. Ook de gokverslaving van [Y] werd niet als voldoende bijzondere omstandigheid gezien om haar aansprakelijkheid te beperken. De grieven van [appellante] faalden, en het hof bekrachtigde het vonnis, waarbij zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De ex-echtgenote is voor de helft aansprakelijk voor de kredietschuld die tijdens het huwelijk in gemeenschap van goederen is aangegaan.