ECLI:NL:GHAMS:2009:BH6383
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Erfdienstbaarheid tot afmeren en terugplaatsing remmingwerk bevestigd door gerechtshof
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of door verjaring een erfdienstbaarheid was ontstaan ten gunste van het erf van appellante, waarmee zij twee vaartuigen gratis mocht afmeren in een strook water grenzend aan haar perceel. Het hof bevestigde dat deze erfdienstbaarheid inderdaad was ontstaan en veroordeelde geïntimeerde tot medewerking aan inschrijving in de openbare registers.
Daarnaast speelde de plaatsing van een remmingwerk door appellante zonder toestemming van geïntimeerde. Het hof oordeelde dat dit remmingwerk zonder toestemming was geplaatst en dat appellante bevoegd was dit terug te plaatsen. Geïntimeerde werd veroordeeld tot het doen terugplaatsen van het remmingwerk conform een offerte van een aannemingsbedrijf.
Voorts werd geïntimeerde veroordeeld om binnen twee maanden na betekening van het arrest de door haar geplaatste steiger te verwijderen voor zover deze binnen de strook water lag waarop de erfdienstbaarheid betrekking heeft. Het hof wees een vordering tot herplaatsing van een afsluitketting af wegens strijd met de goede procesorde en onvoldoende specificatie.
Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geïntimeerde werd veroordeeld in de kosten van beide instanties. Het vonnis van de rechtbank Utrecht werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht conform bovenstaande overwegingen.
Uitkomst: Erfdienstbaarheid door verjaring vastgesteld en geïntimeerde veroordeeld tot verwijdering steiger en terugplaatsing remmingwerk.