ECLI:NL:GHAMS:2009:BH5753
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A.J.S. de Vries Robbé-de Roy van Zuydewijn
- J.H. Lieber
- B.F. Keulen
- Rechtspraak.nl
Geen verlenging van machtiging uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling na afloop termijn
In deze civiele zaak bij het gerechtshof Amsterdam stond de vraag centraal of een machtiging tot uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling van een minderjarige na afloop van de geldende termijn verlengd kunnen worden. De moeder van het kind kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht die de verlenging van deze maatregelen had toegekend.
De feiten betroffen een minderjarige die sinds 2003 in een pleeggezin verbleef. De Raad voor de Kinderbescherming had in 2007 een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, welke door de rechtbank was toegekend en meerdere malen was verlengd. De laatste verlenging liep tot 30 juli 2008. De stichting verzocht daarna tijdig om verlenging, maar de rechtbank besliste pas op 1 augustus 2008, na afloop van de termijn.
Het hof stelde vast dat de wet geen verlenging met terugwerkende kracht toestaat en dat de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing derhalve rechtsgeldig eindigden op 29 juli 2008. Het verzoek tot verlenging was daarmee niet-ontvankelijk. De stichting had geen belang meer bij een beslissing op het verzoek. Het hof vernietigde de beschikking van 1 augustus 2008 en verklaarde het verzoek tot verlenging niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak benadrukt het belang van tijdige verlenging van beschermingsmaatregelen en bevestigt dat de rechter geen verlenging kan toekennen nadat de geldigheidsduur is verstreken.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot verlenging en verklaart het verzoek tot verlenging niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige beslissing.