ECLI:NL:GHAMS:2009:BH1241
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijk verklaard bezwaar inkomstenbelasting 2002 wegens niet-gehoord zijn
Belanghebbende diende bezwaar in tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002, welke door de inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelt belanghebbende dat hij niet is gehoord, ondanks daartoe strekkend verzoek.
Het Hof oordeelt dat de inspecteur verplicht was belanghebbende te horen op grond van artikel 7:2 Awb Pro jo. artikel 25 AWR Pro. De inspecteur heeft dit verzoek niet gehonoreerd en kon slechts afzien van horen bij kennelijke niet-ontvankelijkheid, wat niet het geval was vanwege redelijke twijfel en het door belanghebbende gestelde vertrouwen.
Het Hof vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en de inspecteur, wijst de zaak terug naar de inspecteur om belanghebbende alsnog te horen en opnieuw uitspraak te doen. Tevens veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelast de Staat vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank en de inspecteur worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling waarbij belanghebbende wordt gehoord.