Uitspraak
mr. H.M. de Mol van Otterloo, te Amsterdam,
mr. P. Habermehl, te Amsterdam.
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
[X]: dat hij in het weekend van 18/19 september – naar het hof begrijpt: 2004 - in aanwezigheid van zijn dochter [Y] opdracht gegeven heeft het pand [adres] te Schoorl te verbouwen.
[X]: dat toen hij in het weekend van 18/19 september [Z] opdracht gaf tot de verbouwing van het pand Biekerslaan afgesproken is dat [Z] maximaal 40 uren per week voor eigen werkzaamheden tegen een tarief van € 30,-- in rekening mocht brengen;
[B]: dat hij van [X] heeft gehoord dat [Z] een uurtarief van € 30,-- zou hanteren;
[C]: dat hij met [X] niets heeft afgesproken over het aantal uren dat hij per week in rekening mocht brengen;