ECLI:NL:GHAMS:2008:BK7586
Gerechtshof Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- A. van Haeringen
- F.A. Hartsuiker
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Wijziging voorlopige voorziening gebruik voormalig echtelijke woning na echtscheiding
Partijen zijn in 1990 gehuwd en hun huwelijk is op 18 maart 2008 ontbonden. Uit het huwelijk is een minderjarig kind geboren in 1993, dat bij de man verblijft. De vrouw woont in de voormalig echtelijke woning.
De rechtbank had bij voorlopige voorziening bepaald dat de vrouw het gebruiksrecht van de woning kreeg, met het oog op de zorg voor het kind en het belang dat het kind in zijn vertrouwde omgeving blijft. Later is in de hoofdzaak bepaald dat het kind zijn gewone verblijfplaats bij de man heeft. De vrouw heeft haar hoger beroep tegen dit onderdeel ingetrokken, waardoor deze beslissing onherroepelijk is geworden.
Het hof oordeelt dat de gewijzigde omstandigheden, met name het verblijf van het kind bij de man, maken dat de voorlopige voorziening niet in stand kan blijven. Het belang van het kind en daarmee van de man bij voortzetting van het verblijf in de woning weegt zwaarder dan het belang van de vrouw bij voortzetting van haar verblijf. Daarom wijzigt het hof de beschikking en bepaalt dat de man exclusief gerechtigd is tot het gebruik van de woning, en de vrouw deze binnen acht dagen na betekening moet verlaten.
Uitkomst: Het hof wijzigt de voorlopige voorziening en kent het exclusieve gebruiksrecht van de woning toe aan de man, met verplichting voor de vrouw de woning te verlaten.