ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4135
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- J.E. Molenaar
- R.J.F. Thiessen
- G.J.T.M. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt gedeeltelijke dringende reden voor ontslag op staande voet en matigt loonvordering
In deze zaak stond centraal of het ontslag op staande voet van werkneemster door Buwa Schoonmaakdiensten B.V. rechtsgeldig was. De Hoge Raad had het geschil verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Het hof bevestigde dat de bedreiging door werkneemster op 12 juli 1999 een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet.
Echter, het hof stelde vast dat Buwa niet had aangetoond dat het ontslag uitsluitend op deze bedreiging was gebaseerd, zoals vereist volgens de criteria van de Hoge Raad. Hierdoor kon het ontslag niet volledig als rechtsgeldig worden beschouwd op basis van alleen deze bedreiging.
Het hof matigde vervolgens de loonvordering van werkneemster tot het wettelijke minimum van drie maanden, vanwege de ernst van de bedreiging en het escaleren van het conflict ondanks waarschuwingen. De kosten werden tussen partijen verdeeld en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is gedeeltelijk rechtsgeldig verklaard en de loonvordering gematigd tot drie maanden.