ECLI:NL:GHAMS:2008:BH2827
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.A. van der Pol
- A.P.M. Houtman
- G. Mannoury
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-binding meerderheidsbesluit tot tussentijdse beëindiging huurovereenkomsten in samenwerkingsovereenkomst
In deze zaak stond centraal of meerderheidsbesluiten van maten binnen twee samenwerkingsovereenkomsten, die strekten tot tussentijdse beëindiging van huurovereenkomsten en verkoop van registergoederen, bindend waren voor alle maten. De samenwerkingsovereenkomsten bevatten een limitatieve regeling voor ontbinding, maar niet voor tussentijdse beëindiging via meerderheidsbesluit.
Appellanten vorderden dat geïntimeerden moesten meewerken aan de beëindiging en verkoop, stellende dat artikel 6 lid 1 van Pro de overeenkomsten meerderheidsbesluiten toestaat. Geïntimeerden betoogden dat zulke besluiten feitelijk tot ontbinding leiden die niet via meerderheidsbesluit kan worden afgedwongen, mede vanwege de nadelige financiële gevolgen.
Het hof oordeelde dat de samenwerkingsovereenkomsten als maatschapsovereenkomsten moeten worden beschouwd en dat de limitatieve ontbindingsgronden in artikel 9 niet Pro door meerderheidsbesluit kunnen worden omzeild. De tussentijdse beëindiging en verkoop leiden feitelijk tot ontbinding, waarvoor de overeengekomen waarborgen ontbreken. Ook het vertrouwen van geïntimeerden dat zij niet geconfronteerd zouden worden met dergelijke besluiten werd meegewogen.
Daarom zijn geïntimeerden niet gebonden aan de meerderheidsbesluiten en kunnen zij niet worden gedwongen tot medewerking. De grieven van appellanten worden verworpen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd. Appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep af omdat de meerderheidsbesluiten niet binden tot tussentijdse beëindiging en verkoop.