ECLI:NL:GHAMS:2008:BH2631
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.E.F. Hillen
- A. van Rossum
- J. Sijmons
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing wegens dopinggebruik in amateurvoetbal
Appellant, een amateurvoetballer, werd door de tuchtcommissie van de KNVB schuldig bevonden aan dopinggebruik en geschorst voor twee jaar. Na bevestiging van deze uitspraak door de commissie van beroep, stelde appellant dat het tuchtrechtelijk proces niet eerlijk was verlopen en dat hij recht had op een onafhankelijke en onpartijdige tuchtrechter. Hij voerde ook aan dat tegenbewijs in de vorm van een haartest niet werd toegelaten, wat volgens hem onredelijk was.
Het hof oordeelde dat het recht op een onafhankelijke tuchtrechter niet van toepassing is op uitsluiting van deelname aan niet-professionele voetbalwedstrijden en dat het Dopingreglement van de KNVB en de WADA-code bepalingen bevatten die tegenbewijs door haartests uitsluiten. Het hof vond dat de positieve urinetest als bindend bewijs geldt en dat de tuchtcommissie en commissie van beroep in redelijkheid tot hun oordeel konden komen.
Verder wees het hof de procedurele bezwaren van appellant af, waaronder de inschakeling van een deskundige en het ontbreken van een mondelinge behandeling bij de commissie van beroep, omdat appellant geen belang had bij deze bezwaren gezien zijn verweer uitsluitend op de haartest was gebaseerd. Ook de klacht over de strafmaat werd verworpen, omdat de tuchtcommissie verwijtbaarheid had meegewogen en er geen sprake was van ongelijke behandeling.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schorsing wegens dopinggebruik en wijst het hoger beroep af.