ECLI:NL:GHAMS:2008:BH2214
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.J.M.W. Paridaens - van der Stoel
- J.D.L. Nuis
- N.A. Schimmel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens forse overschrijding redelijke termijn in economische strafzaak
In deze zaak werd de verdachte sinds 23 oktober 1997 vervolgd wegens economische delicten. De procedure kende een langdurige vertraging, waarbij tussen 1997 en 2008 ruim elf jaar verstreken zonder voortvarende behandeling. Na doorzoekingen en aanhouding in 1997 volgden jaren van stilstand in het onderzoek en onderhandelingen over een schikking.
De rechtbank had de verdachte in 2005 veroordeeld, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het gerechtshof constateerde dat tussen 2005 en 2008 het onderzoek in hoger beroep eveneens niet voortvarend werd voortgezet. Het hof oordeelde dat deze vertraging niet te rechtvaardigen was en dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro fors was overschreden.
Gezien de ernst van de zaak en de mate van overschrijding, en mede gelet op eerdere niet-ontvankelijkverklaringen in parallelle zaken van medeverdachten, stelde het hof dat het belang van de verdachte bij verval van het vervolgingsrecht moest prevaleren. Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, vernietigde het vonnis van het hof en sprak dit arrest uit op 28 november 2008.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens een aanzienlijke en niet te rechtvaardigen overschrijding van de redelijke termijn.