Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6787

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
106.007.274/01 KG
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 95 Schengen UitvoeringsovereenkomstArt. 111 Schengen Uitvoeringsovereenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling immuniteit van jurisdictie inzake SIS-signalering en dwangsom tegen Spanje

Appellant is sinds 1996 geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS) op basis van een signalering door Spanje wegens verdenking van strafbare feiten gepleegd in 1993. De rechtbank Alkmaar verklaarde het handhaven van deze signalering onrechtmatig en beval verwijdering, maar Spanje is hier niet aan voldaan. Het hof bevestigde dit oordeel en bepaalde dat Spanje de signalering moest verwijderen, maar Spanje heeft dit niet uitgevoerd.

Appellant vorderde in eerste aanleg verwijdering van de signalering en betaling van een voorschot op schadevergoeding, met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving. De voorzieningenrechter wees deze vordering af. In hoger beroep vorderde Appellant vernietiging van dit vonnis en alsnog verwijdering van de signalering met dwangsom en kostenveroordeling tegen Spanje.

Het hof oordeelt dat Spanje immuniteit van jurisdictie toekomt bij deze overheidstaak en dat artikel 111 van Pro de Schengen Uitvoeringsovereenkomst deze immuniteit slechts beperkt en restrictief opgeeft. De vordering tot oplegging van een dwangsom strekt verder dan deze beperking. Daarom heeft de Nederlandse rechter geen rechtsmacht en moet het verstekvonnis tegen Spanje worden vernietigd. Een kostenveroordeling tegen Spanje is niet aan de orde.

Uitkomst: Het hof vernietigt het verstekvonnis tegen Spanje wegens immuniteit van jurisdictie en wijst de vordering tot verwijdering van de signalering met dwangsom af.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
APPELLANT, wonende te A.,
vertegenwoordigd door mr. M.J.G. Uiterwaal, advocaat te Amsterdam,
t e g e n
HET KONINKRIJK SPANJE, MINISTERIE VAN JUSTITIE,
zetelend te Madrid, Spanje,
GEÏNTIMEERDE,
niet verschenen.
1. Het geding in hoger beroep
De partijen worden hierna Appellant en Spanje genoemd.
Bij dagvaarding van 16 april 2007 is Appellant in hoger beroep gekomen van het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank te Alkmaar in het kort geding tussen partijen (Appellant als eiser en Spanje als gedaag¬de) onder zaak-/rolnum¬mer 91692/KG ZA 06-410 heeft gewezen en dat is uitgesproken op 22 maart 2007.
Tegen Spanje is verstek verleend.
Appellant heeft bij memorie drie grieven voorgesteld en geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en alsnog de vordering zoals in de appeldagvaarding is verwoord zal toewijzen, met veroordeling van Spanje in de kosten van het geding in beide instanties.
Ten slotte heeft Appellant recht gevraagd op de stukken van beide instan¬ties, waarvan de inhoud als hier ingevoegd wordt beschouwd.
2. Grieven
Voor de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.
3. Feiten
De voorzieningenrechter heeft in het in deze zaak op 30 januari 2007 gewezen tussenvonnis onder rechtsoverweging 2, 2.1 tot en met 2.5 en in het bestreden vonnis van 22 maart 2007 onder rechtsoverweging 2, 2.1 tot en met 2.14 een aantal feiten tot uitgangspunt genomen. Deze zijn niet in geschil zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.
4. Beoordeling
4.1 Appellant staat sinds 1996 geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (hierna ook: SIS). Deze signalering, gebaseerd op artikel 95 van Pro de Schengen Uitvoeringsovereenkomst (hierna ook: SUO), is aangebracht door Spanje en dient tot aanhouding ter fine van overlevering op grond van verdenking van door Appellant in Spanje in 1993 gepleegde strafbare feiten.
Bij beschikking van 29 juni 2006 van de rechtbank Alkmaar is voor recht verklaard dat het handhaven van de SIS-signalering van Appellant door Spanje onrechtmatig is en is gelast dat deze signalering door Spanje zal worden verwijderd. Spanje heeft aan deze beschikking niet voldaan.
Bij beschikking van dit hof van 19 juli 2007 is het beroep van Appellant wegens de hem betreffende signalering gegrond verklaard en is bepaald dat Spanje de signalering betreffende Appellant in het SIS moet verwijderen. Deze beslissing is thans onherroepelijk. Spanje is niet tot verwijdering van de signalering overgegaan.
4.2 Appellant heeft in eerste aanleg – samengevat - gevorderd dat de voorzieningenrechter Spanje veroordeelt tot het verwijderen van de signalering van Appellant uit het SIS en derhalve tot uitvoering van de beschikking van de rechtbank Alkmaar van 29 juni 2006 binnen één week na betekening van het door de voorzieningenrechter te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- per dag, alsmede tot betaling aan hem van een bedrag van € 10.708,-- ter zake van een voorschot op schadevergoeding en kosten, met veroordeling van Spanje in de kosten van het geding.
De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen.
4.3 In hoger beroep heeft Appellant zijn vordering gewijzigd en – verkort weergegeven - gevorderd dat het hof het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigt en Spanje veroordeelt tot het (doen) verwijderen van de signalering van Appellant uit het SIS, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- per dag, met veroordeling van Spanje in de kosten van het geding in beide instanties.
4.4 Spanje heeft zich in eerste aanleg beroepen op haar immuniteit van jurisdictie. Nu signalering ter overlevering, waar het in deze zaak om gaat, een zuivere overheidstaak is, komt haar in beginsel immuniteit toe. Uit de formulering van artikel 111 SUO Pro valt op te maken dat Spanje door toetreding tot het verdrag afstand heeft gedaan van die immuniteit voor zover het betreft een beroep op de voet van dat artikel. Artikel 111 SUO Pro dient echter restrictief te worden uitgelegd, gelet op het bijzondere karakter van afstand van immuniteit. Het bepaalde in dat artikel strekt niet zo ver dat daar ook onder zou vallen afstand van immuniteit in het geval van een vordering als de onderhavige die er toe strekt Spanje door het opleggen van een dwangsom te dwingen om uitvoering te geven aan hetgeen in de beschikking van 19 juli 2007 is bepaald dan wel tot het verkrijgen van een met dwangsom versterkt bevel op basis van een door Spanje bij het uitvoeren van de betrokken overheidstaak gepleegde onrechtmatige daad.
4.5 Dit brengt mee dat de Nederlandse rechter in dit geval geen rechtsmacht toekomt, zodat het tegen Spanje verleende verstek alsnog moet worden vernietigd en het hof moet beslissen als hierna te doen. Voor een kostenveroordeling is dan geen plaats.
5. Beslissing
Het hof:
weigert alsnog verstek te verlenen tegen Spanje.
Dit arrest is gewezen door mrs. M. Coeterier, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en J.H. Huijzer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 december 2008.