ECLI:NL:GHAMS:2008:BD8719
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.G. Wiewel
- L.C. Heuveling van Beek
- A.C. Faber
- Rechtspraak.nl
Ontslag tijdens proeftijd wegens onvoldoende geschiktheid valt binnen bevoegdheid werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van een werkneemster tegen het ontslag tijdens haar proeftijd bij APG, waar zij als administratief medewerkster met boekhoudkundige taken was aangenomen. De werkneemster vorderde een schadevergoeding van €30.000 wegens vermeend onzorgvuldig ontslag en onvoldoende inwerken.
De kantonrechter wees de vordering af, waarna de werkneemster in hoger beroep ging. Het hof overwoog dat het ontslag tijdens de proeftijd bedoeld is om de werkgever in staat te stellen de geschiktheid van de werknemer te beoordelen. APG had het dienstverband beëindigd omdat de werkneemster niet voldeed aan de gestelde eisen en basisvaardigheden ontbraken.
Het hof oordeelde dat de werkgever zijn beoordelingsbevoegdheid niet had misbruikt en dat de vermeende onzorgvuldigheden, zoals onvoldoende inwerken en overdracht, niet tot een ander oordeel leiden. Ook het feit dat de werkneemster een lang dienstverband bij haar vorige werkgever opgaf en door het managementteam was benaderd, rechtvaardigt geen ander oordeel. De grieven van de werkneemster faalden, het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en de werkneemster werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot schadevergoeding af.