ECLI:NL:GHAMS:2008:BD8715
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid oliemaatschappij voor schade door benzinelekkage en ondeugdelijke bodemsanering
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een benzinelekkage uit een ondergrondse installatie bij een tankstation en de daaropvolgende bodemsaneringen.
Kuwait Petroleum was eigenaar van de installatie tot eind 1982 en verhuurde deze aan de pomphouder, die het tankstation exploiteerde. In 1982 werd een lekkage geconstateerd, waarna Kuwait een eerste sanering uitvoerde met een drijflaagverwijderingstechniek die destijds als adequaat gold, maar achteraf onvoldoende bleek. Van 1992 tot 1997 volgde een tweede sanering door de provincie Noord-Holland.
De Staat vorderde vergoeding van de saneringskosten van zowel Kuwait als de pomphouder. Het hof oordeelde dat Kuwait als eigenaar en de pomphouder als exploitant aansprakelijk zijn voor dezelfde ondeelbare schade, maar dat de pomphouder geen vergoedingsplicht heeft jegens de Staat vanwege haar niet-betrokkenheid bij de sanering en eigen schuld van de gemeente. Kuwait werd veroordeeld tot betaling van 80% van de schade, verminderd met een aandeel van de Staat wegens eigen schuld van de gemeente.
De vorderingen van de Staat tegen de pomphouder werden afgewezen, terwijl de vordering van de pomphouder tegen Kuwait werd verworpen. Het arrest vernietigt eerdere vonnissen en wijst de vorderingen deels toe en deels af, met een duidelijke toerekening van aansprakelijkheid en kosten.
Uitkomst: Kuwait Petroleum is voor 80% aansprakelijk voor de saneringskosten, de vordering tegen de pomphouder wordt afgewezen.