ECLI:NL:GHAMS:2008:BD5458
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aanslagen inkomstenbelasting na verwerping onvolledige administratie belanghebbende
Belanghebbende exploiteerde een telecomwinkel en werd door de inspecteur aangeslagen voor inkomstenbelasting over de jaren 2000 en 2001. De inspecteur stelde vast dat de administratie van belanghebbende niet voldeed aan de wettelijke eisen, met name doordat belangrijke dagstaten ontbraken en de kasadministratie niet betrouwbaar was. Daarnaast werden discrepanties geconstateerd tussen de kasadministratie en andere administratieve gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de inspecteur een redelijke schatting had gemaakt van het belastbare inkomen. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de bewijslast omgekeerd moest worden en dat de schatting onredelijk was, maar het hof verwierp deze stellingen. Het hof achtte aannemelijk dat belanghebbende omzet had verzwegen en bevestigde dat de administratie niet als basis kon dienen voor de belastingaanslagen.
Het hof concludeerde dat de inspecteur terecht de administratie had verworpen en de aanslagen correct had vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard voor de aanslagen en niet-ontvankelijk voor vermeende boeten, aangezien deze niet waren opgelegd. De uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslagen inkomstenbelasting over 2000 en 2001 en verklaart het hoger beroep ongegrond en niet-ontvankelijk voor vermeende boeten.