ECLI:NL:GHAMS:2008:BD4337
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting ondanks overleg met ontvanger
Belanghebbende, een B.V., kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over 2001 wegens een vastgesteld afdrachtverschil van €195.013. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende mocht vertrouwen op een overleg met de ontvanger van de Belastingdienst waarbij zij meende definitief gevrijwaard te zijn van verdere naheffingen. Het hof stelde vast dat het afdrachtverschil pas eind november 2002 werd ontdekt en dat de gesprekken met de ontvanger plaatsvonden voordat dit bekend was. Belanghebbende had onvoldoende feiten aangevoerd om aan te tonen dat een bindende overeenkomst bestond die naheffing uitsloot.
Het hof oordeelde dat de inspecteur niet verplicht was om alle aangiften te controleren of belanghebbende te waarschuwen voor nog niet geconstateerde belastingschulden. Het vertrouwen van belanghebbende was niet gerechtvaardigd, mede omdat zij zelf onjuiste informatie had verstrekt over de volledigheid van haar betalingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.