ECLI:NL:GHAMS:2008:BD4333
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Waardering onroerende zaak op openingsbalans per 1 januari 2001 in hoger beroep belastingzaak
Belanghebbende en zijn compagnons verkregen gezamenlijk eigendom van een pand en stelden een persoonlijke openingsbalans op per 1 januari 2001 in verband met de Wet inkomstenbelasting 2001. De inspecteur betwistte de door belanghebbende gehanteerde waarde van het pand en stelde een lagere waarde vast, mede gebaseerd op een verkooptransactie en taxatierapporten.
De rechtbank oordeelde dat de verkooptransactie tussen medegerechtigden niet gelijkgesteld kon worden aan een transactie tussen derden en dat de verkoop in 2002 te ver verwijderd was van de waardepeildatum. Taxatierapporten verschilden te veel om als betrouwbare basis te dienen. Daarom werd de waarde vastgesteld conform het Besluit van 9 maart 2001, namelijk de WOZ-waarde per 1 januari 1999 vermeerderd met 20%.
In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel en verwierp het incidenteel hoger beroep van belanghebbende. Ook oordeelde het Hof dat de voorwaardelijke aanbiedingsverplichting van belanghebbende in samenhang met die van zijn compagnons moet worden gewaardeerd en geen waardedrukkend effect heeft. Het verzoek om vergoeding van kosten van bezwaar werd afgewezen wegens niet tijdig ingediend. Het Hof wees proceskosten in hoger beroep toe aan belanghebbende.
Uitkomst: De waarde van het pand op de openingsbalans per 1 januari 2001 wordt vastgesteld op de WOZ-waarde van 1999 vermeerderd met 20%, zonder waardedrukkend effect van de aanbiedingsverplichting.