ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1718
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag privégebruik auto en afwijzing bewijs rittenregistratie
Belanghebbende was in 2003 in dienst bij een werkgever die hem twee auto's ter beschikking stelde. Hij gaf aan minder dan 6000 kilometer privé te hebben gereden en paste daarom een bijtellingspercentage van 15% toe. De inspecteur stelde de bijtelling echter op 25% van de cataloguswaarde van de auto's, wat leidde tot een geschil over de omvang van het privégebruik.
Belanghebbende voerde aan dat hij met een sluitende kilometerregistratie kon aantonen dat hij minder dan 6000 kilometer privé had gereden, onder meer met een Black-Box-rapportage, en dat de wettelijke bepalingen omtrent rittenregistratie niet strikt bindend waren. De inspecteur stelde dat de vrije bewijsleer niet van toepassing is en dat de door belanghebbende overgelegde rittenadministratie niet voldeed aan de wettelijke eisen, waardoor het wettelijk vermoeden van 25% bijtelling bleef gelden.
Het hof concludeerde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat hij minder dan 6000 kilometer privé had gereden. Het door hem overgelegde overzicht was achteraf opgesteld, onvoldoende onderbouwd en niet vergelijkbaar met een Black-Box-registratie. Ook het beroep op het legaliteitsbeginsel en de vermeende onverbindendheid van artikel 22 van Pro de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting faalde. De aanslag was daarom terecht vastgesteld en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Verder wees het hof het verzoek af om de werkelijke proceskosten te vergoeden, aangezien het niet verschijnen van de inspecteur op een eerdere zitting geen bijzondere omstandigheid vormde die een hogere vergoeding rechtvaardigde. Ook werd geen vergoeding van proceskosten toegekend in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende niet heeft aangetoond minder dan 6000 kilometer privé te hebben gereden, waardoor de bijtelling van 25% terecht is toegepast.