ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9132
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige aanslag vervuilingsheffing op basis van vervuilingseenheden
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 28 maart 2008 uitspraak gedaan in hoger beroep over de voorlopige aanslag vervuilingsheffing opgelegd aan belanghebbende. De heffingsambtenaar had de voorlopige aanslag vastgesteld op basis van drie vervuilingseenheden, gebruikmakend van historische gegevens uit 2005. Belanghebbende betwistte deze aanslag.
Het hof oordeelt dat het verdedigbaar is dat de voorlopige aanslag op deze wijze is vastgesteld, aangezien de heffingsambtenaar zich nog niet kon baseren op de feitelijke gegevens van 2006. De definitieve aanslag dient echter te worden vastgesteld op basis van alle relevante en actuele gegevens, waarbij belanghebbende gegevens kan aanleveren om de vervuilingswaarde te verlagen.
De bedrijfsruimte van belanghebbende en twee bovenliggende woningen delen een wateraansluiting zonder tussenmeters, wat de basis vormde voor de heffing van drie vervuilingseenheden. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst een verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het hof bevestigt de voorlopige aanslag op basis van drie vervuilingseenheden en wijst het hoger beroep af.