ECLI:NL:GHAMS:2008:BC4551
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.H.M. Possen
- J.P.A. Boersma
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank en toepasselijkheid BTI’s bij binnenlandse accijnsheffing
Belanghebbende ontving BTI’s voor alcoholhoudende producten die niet betrekking hadden op in- of uitvoertransacties, maar op binnenlandse accijnsheffing. De rechtbank Haarlem oordeelde dat de producten verkeerd waren ingedeeld en vernietigde de BTI’s. De inspecteur stelde hoger beroep in bij de Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam.
De Douanekamer onderzocht de toepasselijkheid van het Communautair douanewetboek (CDW), de Douanewet en de Wet op de accijns. Het hof concludeerde dat de BTI’s niet zien op goederen waarvoor douaneformaliteiten worden vervuld en dus niet op in- of uitvoerrechten, maar op binnenlandse accijnsheffing. Hierdoor was de rechtbank Haarlem niet bevoegd, maar de rechtbank te ’s-Gravenhage wel.
De Douanekamer vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank Haarlem, verwees de zaak naar de rechtbank te ’s-Gravenhage en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De zaak betreft een belangrijke afbakening van de bevoegdheid van rechtbanken bij geschillen over BTI’s en accijnsheffing.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Haarlem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar de rechtbank te ’s-Gravenhage wegens onbevoegdheid van de rechtbank Haarlem.