ECLI:NL:GHAMS:2008:BC2811
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opzet bij onjuiste belastingaangifte en vergrijpboete
Belanghebbende, gescheiden sinds 2001, had een aanzienlijke vordering op haar ex-echtgenoot wegens een verrekenbeding. In haar aangifte inkomstenbelasting 2002 vermeldde zij deze vordering niet, ondanks dat zij begin 2003 een overeenkomst had ondertekend waarin de waarde van deze aanspraak was vastgelegd.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op wegens opzettelijk onjuiste aangifte. De rechtbank vernietigde de boete wegens gebrek aan bewijs van opzet in de zin van fraude of zwendel, maar het hof herzag dit oordeel. Het hof stelde vast dat belanghebbende persoonlijk opzettelijk een onjuiste aangifte heeft gedaan, ook al was de aangifte ingevuld door haar adviseur.
Het hof oordeelde dat het niet vermelden van de substantiële vordering in de aangifte, terwijl belanghebbende daarvan op de hoogte was en zelfs een overeenkomst had getekend, duidt op opzet. De boete werd wel verminderd tot €10.000 vanwege omstandigheden zoals het betwisten van de aanspraken door de ex-echtgenoot en de complexiteit van de situatie.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de boete betrof, bevestigde de aanslag, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 18 januari 2008.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt bevestigd maar verminderd tot € 10.000 wegens opzettelijk onjuiste aangifte.