ECLI:NL:GHAMS:2007:BC5379
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Steeg
- Strens-Meulemeester
- Lenselink
- Rechtspraak.nl
Huurkoopovereenkomst en valutaverbintenis onder Arubaans recht
In deze zaak ging het om een huurkoopovereenkomst tussen een vennootschap gevestigd in de Nederlandse Antillen en Aruba (appellante) en een inwoner van België (geïntimeerde) met betrekking tot een onroerende zaak in Aruba. De overeenkomst verplichtte geïntimeerde tot betaling in Arubaanse florins, maar hij stopte met betalen. De rechtbank van Aruba veroordeelde geïntimeerde tot nakoming en betaling, wat later werd bevestigd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en de Hoge Raad.
Appellante vorderde in hoger beroep onder meer dat geïntimeerde gehouden zou zijn tot betaling van een bedrag in euro’s vermeerderd met rente, stellende dat sprake was van een oneigenlijke valutaverbintenis en koersschade. Het hof oordeelde dat Arubaans recht van toepassing is op de overeenkomst en dat de verbintenis geen valutaverbintenis is, noch oneigenlijk. De vordering tot omzetting van de geldschuld in een valutaverbintenis en tot vergoeding van koersschade werd daarom afgewezen.
Het hof bevestigde dat de Nederlandse rechter bevoegd is voor het hoger beroep en verklaarde appellante niet-ontvankelijk in haar beroep tegen het tussenvonnis. De primaire vordering werd afgewezen en het eindvonnis van de rechtbank Utrecht werd bekrachtigd. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellante af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Utrecht.