ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1629
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Gonggrijp-van Mourik
- M. Wigleven
- R.C. Gisolf
- Rechtspraak.nl
Geen ondertoezichtstelling van jongste kinderen na uithuisplaatsing oudste dochter
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling van haar twee jongste kinderen, een dochter en een zoon, had bevolen. Deze maatregel volgde op de uithuisplaatsing van haar oudste dochter. Bureau Jeugdzorg Noord-Holland had de Raad voor de Kinderbescherming verzocht het onderzoek uit te breiden naar de jongste kinderen, waarna de Raad een verzoek tot ondertoezichtstelling indiende.
Tijdens de zitting in hoger beroep stelde de moeder dat zij de ondertoezichtstelling niet als ondersteuning ervaart, maar als een bedreiging. De Raad erkende dat het goed gaat met de kinderen en dat de ondertoezichtstelling bedoeld was als preventieve zorg. Omdat de moeder de maatregel als bedreigend ervaart, achtte de Raad het doel niet bereikt.
Het hof oordeelde dat uit de stukken en de behandeling in hoger beroep niet is gebleken dat de jongste kinderen zodanig opgroeien dat hun zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid ernstig worden bedreigd. Ook de Raad kon geen actuele zorgen over de kinderen aantonen. Daarom zijn onvoldoende gronden aanwezig om de ondertoezichtstelling te rechtvaardigen. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en wees het verzoek van de Raad af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ondertoezichtstelling van de jongste kinderen wegens gebrek aan ernstige bedreiging van hun belangen.