ECLI:NL:GHAMS:2007:BB4911
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- H.E. Kostense
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en proceskostenvergoeding in belastingzaak
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1992 tot en met 2000 in de inkomstenbelasting en vermogensbelasting, met daarbij boetes en verhogingen. Hij maakte bezwaar tegen deze aanslagen en de daarbij behorende kwijtscheldingsbesluiten en boetebeschikkingen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de navorderingsaanslagen ongegrond, maar oordeelde dat de boetebeschikkingen onterecht waren en vernietigde deze.
Belanghebbende stelde dat de inspecteur hem het vertrouwen had gegeven dat de navorderingstermijn beperkt zou zijn tot vijf jaar, mede door een telefoongesprek en schriftelijke bevestiging. Het Hof oordeelde dat dit vertrouwen niet aannemelijk was en dat de inspecteur bevoegd was de navorderingsaanslagen binnen de twaalfjaarstermijn op te leggen, gezien de aard van de belastingontduiking en de beperkte controlemogelijkheden.
Verder stelde belanghebbende dat de inspecteur onrechtmatig had gehandeld door terug te komen op zijn eerdere standpunt van vrijwillige verbetering, wat leidde tot extra kosten. Het Hof stelde vast dat dit een bijzondere omstandigheid vormt die recht geeft op een integrale proceskostenvergoeding. Het onderzoek naar de omvang van deze kosten wordt heropend en belanghebbende krijgt de gelegenheid een specificatie in te dienen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze onvolledig was met betrekking tot kwijtscheldingsbesluiten en verhogingen, en bepaalde dat de inspecteur het betaalde griffierecht moet vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 20 september 2007.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen blijven grotendeels in stand, boetebeschikkingen worden vernietigd, verhogingen kwijtgescholden en proceskostenonderzoek heropend.