ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9942
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- J. den Boer
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag en boete wegens ontbreken kwade trouw bij onjuiste aangifte vennootschapsbelasting
In deze zaak stond centraal of belanghebbende terecht een navorderingsaanslag en een vergrijpboete opgelegd kreeg wegens een onjuiste aangifte vennootschapsbelasting over de jaren 1998 en 1999.
De rechtbank Haarlem had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat sprake was van voorwaardelijk opzet en daarmee kwade trouw. Het hof heeft dit oordeel in hoger beroep heroverwogen en geoordeeld dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende zich bewust was van de ondeskundigheid van A, die de aangiften verzorgde.
Belanghebbende had de belastingaangiften geheel aan A overgelaten, die niet deskundig was op het gebied van geruisloze inbreng. Het hof vond echter dat het enkele feit dat B&C was ingeschakeld voor advies en het opstellen van jaarrapporten onvoldoende is om bewustheid van fouten aan belanghebbende toe te rekenen.
Omdat een nieuw feit ontbreekt en het bewijs van kwade trouw niet is geleverd, vernietigt het hof de navorderingsaanslag en de vergrijpboete. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en vergrijpboete worden vernietigd wegens ontbreken van bewijs voor kwade trouw van belanghebbende.