ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9440
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aftrek lijfrentepremie wegens ontbreken intentie lijfrenteovereenkomst
Belanghebbende sloot in 1998 een verzekering die jaarlijks een premie van €1.206,15 kent en voorziet in een uitkering tussen 2023 en 2033 of bij eerder overlijden. Deze verzekering kwalificeert niet als lijfrente in de zin van artikel 1.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Belanghebbende bracht in de aangifte inkomstenbelasting 2003 premies in aftrek als inkomensvoorziening.
Belanghebbende stelde dat er sprake was van een administratieve fout en dat de polis met terugwerkende kracht gecorrigeerd kon worden tot een lijfrenteovereenkomst, zoals mogelijk geacht in een Besluit van 29 november 2001. Hij baseerde dit op interne overzichten en facturen van de verzekeringstussenpersoon en het feit dat premies steeds in aftrek werden gebracht.
De inspecteur betwistte dat deze gegevens objectief controleerbaar zijn en dat zij de intentie van beide partijen bij het sluiten van de overeenkomst aantonen. Het hof oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende ligt en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de intentie bestond een lijfrenteverzekering te sluiten. De overgelegde documenten en verklaringen waren onvoldoende bewijs.
Ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat belanghebbende geen vergelijkbare gevallen aannemelijk had gemaakt. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Haarlem en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de verzekering geen lijfrenteovereenkomst is en wijst het beroep van belanghebbende af.