ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9181
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- R.C. van Houten
- C.G. Nunnikhoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep en veroordeling voor valsheid in geschrift en overtreding Diergeneesmiddelenwet
Verdachte was enig bestuurder en aandeelhouder van een B.V. die betrokken was bij het plegen van strafbare feiten met betrekking tot diergeneesmiddelen. Het hof behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht en vernietigde dit vanwege een andere bewijsbeslissing.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder verjaring, onschuld van bepaalde middelen, en het ontbreken van strafbaarheid wegens gewijzigde Europese regelgeving. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat verdachte door het valselijk omschrijven van geleverde middelen controle en toezicht frustreerde.
Verdachte werd vrijgesproken van de primair ten laste gelegde feiten, maar het hof verklaarde de subsidiair ten laste gelegde feiten bewezen. Het hof legde een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar op, en een taakstraf van 240 uur, met vervangende hechtenis bij niet-naleving.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten en de persoon van verdachte, die zich stelselmatig onttrok aan de regelgeving. Het hof achtte de straf passend en geboden en vernietigde het eerdere vonnis om opnieuw recht te doen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 240 uur wegens valsheid in geschrift en overtreding van de Diergeneesmiddelenwet.