ECLI:NL:GHAMS:2007:BA7387
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J.L. Mastboom
- N.A. Schimmel
- D.J.M.W. Paridaens
- Rechtspraak.nl
Veroordeling zonder straf voor illegale inrichting en bodemverontreiniging door baggerwerkzaamheden
In hoger beroep is vastgesteld dat de verdachte in de periode oktober 2003 zonder vergunning een inrichting voor het opslaan en verwerken van baggerslib heeft opgericht en in werking gehad. Tevens heeft zij in de periode november 2003 tot februari 2004 afvalstoffen, namelijk natte baggerspecie, op een onbeschermde bodem bewaard terwijl zij redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit de bodemkwaliteit kon aantasten.
De verdachte voerde verweer dat het baggermateriaal als bouwstof mocht worden gebruikt en dat er geen sprake was van een inrichting in werking. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de activiteiten bedrijfsmatig waren en dat de baggerspecie niet als bouwstof kon worden aangemerkt zolang het niet was ontwaterd.
Hoewel de feiten bewezen zijn verklaard, heeft het hof geen straf of maatregel opgelegd. Dit vanwege het tekortschieten van de gemeente Wieringermeer in haar zorg- en informatieplicht omtrent de vergunningen en het gebruik van de baggerspecie. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is strafbaar bevonden voor het zonder vergunning oprichten van een inrichting en het bewaren van afvalstoffen, maar er is geen straf of maatregel opgelegd.