ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6697
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.C.P. Haentjens
- R.E. de Winter
- A.C.M.P. van Breukelen-van Aarnhem
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak personeelsopties en geldboete voor voorwetenschap bij aandelenhandel
De verdachte werd beschuldigd van twee feiten: handelen met voorwetenschap in effecten genoteerd aan de Amsterdamse Effectenbeurs en het gebruik van personeelsopties die als effecten zouden gelden. De Hoge Raad vernietigde het eerdere arrest van het hof Amsterdam en verwees de zaak voor het tweede feit terug voor hernieuwde beoordeling.
Na heronderzoek concludeert het hof dat de personeelsopties niet kwalificeren als effecten die aan een erkende Nederlandse beurs waren genoteerd, waardoor het tenlastegelegde onder 1b niet wettig en overtuigend bewezen is en de verdachte daarvan wordt vrijgesproken.
Voor het eerste feit, het handelen met voorwetenschap in aandelen van een beursgenoteerde vennootschap, wordt de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €7.500 met een proeftijd van één jaar. Het hof houdt rekening met de ernst van het feit, de rol van de verdachte als toezichthouder, de schending van de redelijke termijn en persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De procedure kende een lange duur, met overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, wat het hof meewoog bij de strafoplegging. Het arrest is gewezen door de 4e meervoudige economische strafkamer van het hof Amsterdam op 24 mei 2007.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van handelen met personeelsopties en veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €7.500 voor handelen met voorwetenschap.