ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6685
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- R.C.P. Haentjens
- R.E. de Winter
- A.C.M.P. van Breukelen-van Aarnhem
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak personeelsopties en geldboete voor voorwetenschap bij aandelenhandel
De zaak betreft een hoger beroep na terugwijzing door de Hoge Raad over vermeende handel met voorwetenschap. De verdachte, financieel directeur van een vennootschap, werd beschuldigd van het verrichten van transacties met voorwetenschap en handel in personeelsopties.
Het hof oordeelt dat de personeelsopties niet kwalificeren als effecten die genoteerd waren aan een erkende Nederlandse beurs, waardoor de tenlastelegging onder 1b en 2 niet wettig en overtuigend bewezen is en de verdachte daarvan wordt vrijgesproken. Voor het onder 1a bewezenverklaarde feit, het kopen van 120.000 aandelen met voorwetenschap, wordt de verdachte veroordeeld.
De verdachte krijgt een voorwaardelijke geldboete van €7.500 met een proeftijd van één jaar opgelegd, lager dan het eerder opgelegde bedrag vanwege schending van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De procedure kende een lange duur met overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het feit, de positie van de verdachte en de omstandigheden waaronder het is begaan. De verdachte had feitelijke leiding gegeven aan de verboden gedraging en was zich bewust van de zorgvuldigheid die vereist is in dergelijke situaties.
Het arrest is gewezen door het hof Amsterdam op 24 mei 2007, na meerdere procedures en cassatieberoepen, waarbij het hof de eerdere vonnissen vernietigde en opnieuw oordeelde over de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van handel in personeelsopties en veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €7.500 voor handelen met voorwetenschap.