ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5935
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beslagvrije voet bij schuldenaar woonachtig in het buitenland
In deze zaak stond centraal of een schuldenaar die niet in Nederland woont aanspraak kan maken op een beslagvrije voet. De schuldenaar had een verzoek ingediend om een beslagvrije voet vast te stellen tegen een conservatoir derdenbeslag gelegd op zijn nabestaandenuitkering. De kantonrechter had dit verzoek toegewezen, maar het hof moest beoordelen of de schuldenaar voldoende had aangetoond dat hij onvoldoende middelen van bestaan had naast de uitkering.
De schuldenaar gaf slechts beperkt inzicht in zijn financiële situatie, overlegde slechts bankafschriften van één rekening en leverde geen belastingaanslagen aan. Diverse andere rekeningen die door de schuldenaar zouden worden aangehouden, werden niet inzichtelijk gemaakt. Ook betwistte hij niet dat hij een groot bedrag had overgeboekt naar een buitenlandse rekening, maar kon dit niet onderbouwen met stukken.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 475e Rv de schuldenaar die niet in Nederland woont, in beginsel volledig inzicht moet geven in zijn financiële situatie. Dit had de schuldenaar niet gedaan, waardoor het hof concludeerde dat hij niet had aangetoond dat hij naast de uitkering onvoldoende middelen van bestaan had.
Daarom vernietigde het hof de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek tot vaststelling van een beslagvrije voet af. Tevens werd de schuldenaar veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vaststelling van een beslagvrije voet af wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van de schuldenaar.