ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4397
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Geen recht op gecombineerde heffingskorting wegens ontbreken fiscaal partnerschap na echtscheiding
Belanghebbende was tot 18 november 2003 gehuwd met de man, maar zij leefden vanaf 14 april 2003 duurzaam gescheiden nadat de rechtbank een voorlopige voorziening had getroffen die de man verbood de woning te betreden. Ondanks dat de man nog toegang had tot de woning, verbleef hij elders en was er geen gezamenlijke huishouding meer.
Belanghebbende had voor 2003 aangifte inkomstenbelasting gedaan zonder verzoek om fiscaal partnerschap met de man. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond. De inspecteur stelde hoger beroep in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang had na de uitspraak van de rechtbank.
Het hof oordeelde dat er geen fiscaal partnerschap bestond op grond van artikel 1.2 Wet IB 2001, omdat de echtelijke samenleving feitelijk en duurzaam was verbroken. Ook het incidenteel hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De inspecteur werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 644 aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van belanghebbende ongegrond, waardoor geen recht op gecombineerde heffingskorting bestaat.